Gebroken (2026)

Twee jaar had de pot buiten gelegen. Muurleeuwenbekjes verdoezelden ondertussen het grote gapende gat. Twee grote scherven en een handvat lagen in wat overbleef van de pot. Op een mooie lentedag heb ik dan toch het lijmpistool klaargemaakt. Het was niet de eerste herstelling. Het is een oude pot, nog afkomstig uit het ouderlijk huis, heeft al het een en ander meegemaakt, dienst gedaan als thuis voor planten en paraplu’s.

Het was geen leuk karwei, we hadden een nogal harde lijm gekocht, met de belofte dat het nooit meer zou breken. Niet echt geschikt voor het hechten van scherven, zo bleek. Er zat niks anders op dan de harde lijm met de vinger uit te wrijven. Gaandeweg begon ik me lichtjes te ergeren. En ik wist weer waarom ik dit karweitje zo lang had uitgesteld, druk doende in het leven.

Maar toen de eerste scherf op zijn plaats zat en ik de lijm gladstreek, dacht ik aan een recent bericht op mijn telefoon, ook op een schijnbaar mooie lentedag: “Mijn wereld is gisteren ingestort”. Ook de overlijdensberichten op het intranet van het werk flitsten voor mijn ogen voorbij. Ik dacht aan alle mensen uit mijn omgeving, getekend door persoonlijke drama’s, of zelfs niet meer druk doende in het leven. Het wereldnieuws verdrong ik snel naar een donker hoekje.

Was het maar zo simpel als een pot en wat lijm. Ik zou alles herstellen. Het leven van onze geliefden, vrienden, collega’s, ex-collega’s, kennissen, onbekende mensen, de natuur en het klimaat. Het hele systeem zou ik herstellen.

Soms duurt het twee jaren of langer vooraleer je wat gebroken is, kan beginnen lijmen. Soms lukt het ook nooit. Maar je moet altijd proberen, ook al blijven de barsten zichtbaar, het is levensnoodzakelijk. En altijd de moeite waard.